Artikels

Bijzondere oorlogsverhalen

Bijzondere oorlogsverhalen – De tweede wereldoorlog was in alle opzichten een bijzondere periode in de geschiedenis van de westerse wereld. Naast de afschuwelijke wereldbrand met bijhorende wreedheden en het verlies van menselijke waarden, was het een periode van enorme (noodgedwongen) technische vooruitgang en een explosie van wetenschappelijke ontdekkingen.  Te midden van het menselijke leed was het eveneens een voedingsbodem voor enkele opmerkelijke historische figuren. Niet alleen in het kamp van de geallieerden maar ook bij de As-mogendheden waren er mensen die onsterfelijk werden in goede en slechte zin, al is deze  morele lijn ten tijde van oorlog moeilijk te definiëren. Hoewel het verloop van de tweede wereldoorlog een schatkamer is van bijzondere overbekende verhalen, zijn er heel wat details die de geschiedenisboeken niet halen. Het is soms verbazend dat sommige mensen worden verguisd of gevierd als misdadigers of helden, en andere bijzondere personen nog steeds verhuld zijn door de mantel van de anonimiteit.  Dit artikel is een poging om nogmaals vergeten en genegeerde waar gebeurde verhalen de aandacht te geven die ze verdienen, niet zozeer als voer voor een sensationeel verhaal maar als erkenning naar de mensen die op hun manier een bijdrage leverden in deze dramatische periode.

 

 

De opportuniteit van de overleving

Twee verhalen zijn mij sinds jaren bekend en de fascinatie voor deze geschiedenissen neemt alleen maar toe. Te midden van de chaos is het opmerkelijk hoe het overlevingsinstinct primair aanwezig is bij heel wat mensen. Persoonlijk heb ik me altijd verwonderd hoe de Joden lijdzaam hun noodlot tegemoet gingen (bijna) zonder enige vorm van protest of weerwerk. Zo is het eveneens verbazend dat sommige mensen hun loyaliteit konden aanpassen aan de omstandigheden, niet zo zeer uit opportunisme maar veeleer uit overlevingsdrang. Twee totaal verschillende mensen, uit compleet andere werelden hebben op dit vlak een bijzondere weg afgelegd.

 

Lauri Törni (28 mei 1919-18 oktober 1965)

Lauri Allan Törni heeft in alle opzichten een fascinerend leven gekend. Hij werd voor het eerst opgemerkt als een Finse kapitein in het Finse leger. Hij staat bekend als de soldaat die tijdens de tweede wereldoorlog vocht onder drie vlaggen. Hij nam achtereenvolgens dienst bij het Finse, het nazi Duitse en het Amerikaanse leger.

Hij begon zijn militaire carrière bij het Finse leger toen het Communistische Rode Leger van Rusland zijn land genadeloos en brutaal aanviel. Hij werd opgemerkt als een heldhaftige soldaat die vele Russen kon doden bij de slag van Lemetti.  Hij kreeg hiervoor de graad van luitenant. Na de Finse-Russische oorlog in 1941 vertrok hij naar Duitsland om vrijwillig dienst te nemen bij de Waffen-SS.

Törni kreeg het bevel over een eigen groep en keerde terug naar Finland, zijn eenheid was een hoog getrainde commando divisie die de Russen verpletterende nederlagen bezorgde. Grappige anekdote is dat één van zijn mannen: Mauno Koivisto, later president van Finland zou worden. De effectiviteit van zijn aanvallen was zo dat er een prijs op zijn hoofd stond door de Russen van 3 miljoen Finse marken. Hij kreeg één van de hoogste Duitse onderscheidingen: het Mannerheim Kruis.

 

Toen het bezette Finland de wapens opnam tegen het Derde Rijk, leidde hij een zeer succesvolle saboteurgroep die het leven van de Russen en de collaborerende Finnen ernstig verstoorden. Uiteindelijk keerde hij terug naar nazi-Duitsland om zich tenslotte over te geven aan Engelse troepen in 1945. Hij werd berecht en werd gevangengenomen voor verraad door de Finse autoriteiten. Hij werd in 1948 vrijgelaten.

Uiteindelijk belande hij als illegaal in de Verenigde Staten en werd later geregulariseerd. Hij nam dienst in het Amerikaanse leger in 1954 en veranderde zijn naam in Larry Thorne. Hij had veel aanzien als oorlogsheld en kreeg het bevel over geheime militaire operaties. Hij zou later deel uitmaken van een elite Special Ops en vocht onder andere in de Vietnamese oorlog. Hij kreeg hiervoor twee hoge onderscheidingen. Hij crashte uiteindelijk tijdens een helikoptervlucht in Da Nang en zijn stoffelijke resten werden pas gevonden in 1999. Hij rust nu in het Nationale kerkhof van Arlington.

Yang Kyoungjong (1920- 1992)

Een gelijkaardig verhaal werd beleefd door de Koreaan Yang Kyoungjong, ook hij zou dienen onder drie verschillende vlaggen gaande van het de Keizerlijke Japanse strijdkrachten, tot het Sovjet Leger en de Duitse Wehrmacht.

In 1938 Was Yang in Machurije waar hij gedwongen ingelijfd werd bij het Japanse leger. Korea werd toen nog bestuurd door Japan. Al na enkele weken werd hij krijgsgevangen genomen door de Russen en geplaatst in een werkkamp. Door het tweede front met nazi-Duitsland was er een tekort aan manschappen. Hij werd overtuigd om dienst te nemen in het Rode leger om te gaan vechten tegen Duitsers. Hij vertrok aldus naar het Europese Oostfront.

 

In 1943 werd hij terug gevangen genomen, deze maal door Wehrmacht soldaten in Oekraïne tijdens de slag van Kharkov. Zijn nieuwe bewakers konden hem eveneens overhalen voor hen te vechten en hij naam dienst bij het Duitse leger. Hij werd verscheept naar Frankrijk om de rangen te versterken tegen de geallieerde invasie. Na D-Day werd Yang gevangen genomen door Amerikaanse strijdkrachten in juni 1944. Ze zagen hem verkeerdelijk aan voor een Japanse officier en stuurden hem naar een concentratiekamp in Engeland. Hij kreeg vreemd genoeg later de toestemming om te emigreren naar de Verenigde Staten en leefde daar onopvallend tot aan zijn dood in 1992. Aan zijn eigen familie vertelde hij nooit zijn levensverhaal.

Zijn verhaal is verfilmd in de prachtige film “My Way”:

 

 

Posthistorische analyse

Bijzonder storend is de clichématige veronderstellingen die nu nog steeds gebruikt worden om personages uit de tweede wereldoorlog te typeren. Slechte Duitser, arme Jood, sadistische Japanner en brave geallieerde. Nu nog na al die decennia zijn de vooroordelen nog schering en inslag. Hoop dat het relaas van deze twee mensen supra een illustratie is dat het hoofddoel van een persoon tijdens een gewapend conflict voornamelijk overleven is. Het is wetenschappelijk bewezen dat in bepaalde omstandigheden gelijk wie met welke achtergrond dan ook kan ontaarden tot een gruwelijk monster. Het is eveneens een feit dat beruchte sociopaten en zelfs psychopathische moordenaars in staat zijn om emotionele gevoelens te hebben. In een oorlog komt nu eenmaal het slechts van de mensheid naar boven als een zweetdruppel die oncontroleerbaar de huid doorbreekt.

Als men een beetje de geschiedenis kent weet men dat er veel missconcepties bestaan, om er maar enkele te noemen: concentratiekampen werden niet uitgevonden door de Duitsers maar wel door de Britten tijdens de Zuid-Afrikaanse boeroorlogen. De vreedzame Joden van Warchau leven nu in de staat Israël waar hun geheime dienst de Mossad bestaat uit hoog getrainde en koelbloedige moordenaars.   Niet alle Duitsers waren nazi’s, niet alle geallieerden waren engeltjes. Stalin heeft zelfs meer mensen de dood ingejaagd dan Hitler. Het bombardement van Dresden door een beslissing van Churchill zou niet misstaan in een rij van misdaden tegen de mensheid, idem voor het bombardement van Monte Cassino. Uiteraard praat dit de gruwel van het nazi regime niet goed. Het is slechts een illustratie dat er in een oorlog geen zwart-wit scenario is. De vijanden van gisteren zijn de vrienden van vandaag, de vrienden van gisteren zijn de vijanden van de toekomst. Alles is relatief in het schaakbord van de wereldmachten.

Het laatste hoofdstuk is een voorbeeld dat desondanks de gruwel er ook nog menselijkheid was bij bepaalde personen. Jammer genoeg krijgen deze voorvallen zo goed als geen aandacht.

 

Het Luftwaffe Mirakel

Hier en daar leest men eens een verhaal van menselijkheid, een moment van bezinning in de chaos.

Het verhaal van een aan stukken geschoten bommenwerper gespaard door een Duitse gevechtspiloot is een bijzonder verhaal. In een fractie van een seconde is het een relaas van een stilzwijgende verstandhouding tussen twee strijders die elkaar nooit zouden weerzien.

 

Enkele dagen voor kerstdag 1943 was de bommencampagne op Nazi Duitsland in volle gang. Tweede luitenant C. Brown was een onervaren bevelhebber met een bemanning die nog nooit een vijandelijke raid hadden uitgevoerd. Hun doel was het platleggen van een vliegtuigfabriek in het Noorden van Duitsland.

Hun B-17 kreeg het zwaar te verduren van het Duitse afweergeschut boven Bremen. Een motor werd simpelweg uit het toestel geschoten en een tweede motor was zwaar beschadigd. Ze hadden geen keuze dan hun formatie te verbreken. Het pantser van het vliegtuig was simpelweg doorzeefd met kogels en dit had een nefaste invloed op hun vliegcapaciteit. Ze waren bijzonder kwetsbaar voor Duitse gevechtsjagers.

Het noodlot sloeg ongenadig toe toen een groep van 15 Luftwaffe toestellen de beschadigde bommenwerper naderden. Ze slaagden erin om één vijandelijk vliegtuig neer te halen doch de staartschutter van de B17 werd gedood en de staart van het vliegtuig was compleet vernield. Brown kreeg een verloren kogel in de schouder. De zware bommenwerper begon hoogte te verliezen in een neerwaartse spiraal.

Wonder boven wonder crashte het vliegtuig niet, ze slaagden er in om toch nog de kuststreek te bereiken. Boven een Duits vliegveld zagen ze een Duitse jager die net twee bommenwerpers had neergehaald. De Luftwaffe piloot merkte hen op en vloog de confrontatie tegemoet. De Luftwaffe officier moet danig onder de indruk geweest van de aard van de beschadiging aan het Amerikaanse toestel.

 

Tot de grootste verwondering van de Amerikanen probeerde de Duitse piloot contact te leggen via handsignalen. Uiteindelijk begrepen ze zijn bedoeling: hij adviseerde om zich over te geven of naar Zweden te vliegen, in de kennis dat ze onmogelijk levend Engeland zouden bereiken. Brown kon zijn ogen niet geloven. In een vreemd gebaar van ridderlijkheid bleef de Luftwaffe piloot naast hen vliegen en spaarden hen van andere Duitse toestellen. Eens aangekomen boven de Noordzee salueerde de Duitse piloot en liet hen verder vliegen. De B17 zou het uiteindelijk toch maken tot aan de basis in Engeland waar het moeizaam zou landen en het toestel onherroepelijk verloren werd verklaard.

Brown bracht verslag uit van de bijzondere daad van de Luftwaffe piloot maar vreemd genoeg werd hij bevolen hier in alle talen over te zwijgen. De Duitse officier die later werd geïdentificeerd als Stigler zweeg in alle talen over het voorval. Loslippigheid zou hem absoluut zeker voor de krijgsraad hebben gebracht als landverrader. Hij zou uiteindelijk één van de 1.700 Luftwaffe piloten worden die de oorlog hadden overleefd.

Brown bleef in de Amerikaanse luchtmacht en schopte het tot kolonel. Stigler zou later emigreren naar Canada. Jaren later vroeg men aan Brown naar zijn meest gedenkwaardig moment in de oorlog. Hij besefte op dit moment dat de herinnering hem nooit had losgelaten en besloot de identiteit te achterhalen van de galante Duitse tegenstander. Hij begon een zoektocht van vier jaar, en plaatste uiteindelijk een aankondiging in een maandblad voor ex-piloten. Stigler herkende het verhaal en nam contact op met hem. Tussen 1990 en 2008 ontwikkelden beide mannen een bijzondere vriendschap, de tegenstanders van gisteren waren net als broeders. Beiden stierven in 2008 kort na elkaar.

Een video over dit wonderlijke verhaal kan je hier bekijken:

 

Bedenking

Het zwart-wit parafraseren van een oorlog is gevaarlijk omdat men dan onmiddellijk deze periode of gebeurtenis ontmenselijkt. De drie bovenstaande verhalen illustreren dat er een drang is in de mens om koste wat kost te overleven, en dat er goedheid en kwaad kan schuilen in iedereen. Het is een herinnering dat wonderbare dingen gebeuren in de meest tragische omstandigheden. Het is een duidelijk signaal dat zelfs op absolute dieptepunten van de menselijkheid er nog steeds het geschenk is van de verassing in het menselijk leven en de menselijke waarden.

Uiteraard zouden deze verhalen overbodig zijn mocht de mensheid beseffen dat agressie en geweld nooit kan leiden tot langdurige oplossingen, maar zover staat de mensheid nog niet. Het sterkt mijn overtuiging dat er overal bijzondere waardevolle mensen zijn, het probleem is om te leren om ze te herkennen.

© Thalmaray

Literatuur en multimedia over de Tweede Wereldoorlog kan je hier bestellen.

Laat een reactie achter